| Wanneer er in heel Nederland treinen beginnen te
ontsporen, is het verstandig te controleren of de hulpdiensten goed
functioneren. Arriveren de ambulances op tijd? Staat de brandweer
paraat? Kunnen traumahelikopters worden ingezet? Ook vernuftige
elektronische meldsystemen van ontsporingen kunnen goede diensten
bewijzen. Allemaal lofwaardige inspanningen. Maar het eerste wat je toch
zult moeten doen, is het onderhouden van treinen en spoor. De VVD reageert gealarmeerd op de plannen van minister Rouvoet voor een Elektronisch Kinddossier: “Een horrorscenario.” Als we het in Nederland over het gezin hebben, is die benadering opeens een politiekcorrect taboe. Een staaltje daarvan leverde vorige week Trouw, door op de voorpagina te openen met het bericht dat kinderen in eenoudergezinnen vaker moeten terugschakelen naar een lagere opleiding. De conclusie van de krant was dat het Nederlands onderwijs er kennelijk nog altijd niet in slaagt aan iedereen gelijke kansen te bieden. Dat is net zoiets als de NS verwijten dat die de treinen niet net zo hard over één rail kan laten rijden als over twee. Blijkbaar heeft Trouw het lef niet allereerst te concluderen dat er meer geïnvesteerd moet worden in goede gezinnen. En natuurlijk, waar dat niet gelukt is, mag dan best een pleidooi volgen voor een overheidsinspanning. Maar als je je beperkt tot dat pleidooi, de norm verzwijgt en daarmee ontkent, maak je je schuldig aan hypocrisie. Om terug te keren tot de spoorwegvergelijking: je doet dan alsof je je druk maakt over de gewonden, terwijl die je eigenlijk niets kunnen schelen. Want anders zou je je toch afvragen waar die vandaan komen?
|
||