| |
Reactie op de
persartikelen van zaterdag 12 april.
Kinderen zeggen vaker ‘Ik wil dood’.
Open VLd vraagt debat over uitgebluste kinderen.
Waarom hebben we
zoveel uitgebluste kinderen?
Al een geruime tijd wil ik met handen en voeten uitleggen aan Vrouw
&Maatschappij van CD&V hoe belangrijk het is dat men gezinnen ontlast
van werkdruk. We zijn op jacht naar welvaart en dit gaat ten koste van
het welzijn. De vrouw wil gelijke rechten, gelijk loon, gelijke kansen
maar terwijl ontloopt ze de mooiste kans van haar leven ‘moeder zijn’.
Bond zonder naam zegt ‘Zoek je geluk niet te ver, straks kijk je er
over.’
Twee weken terug lazen we in de krant dat 71 huwelijken op de honderd
spaak lopen in België en de oorzaak van 1 op de drie is ontrouw. Vorig
week lazen we dat veel kinderen heel eenzaam zijn en lijden onder de
scheiding van hun ouders, de versplintering van hun familie. Alsmaar
meer kinderen lijden aan psychische aandoeningen en de kinderpsychiaters
kunnen de hulpvraag niet verwerken…
Wat is er loos, vraagt de bezorgde voorzitter Bart Somers die tevens
vader is. Waarom is het zelfmoordcijfer bij jongeren hier 2 en half maal
zo hoog als in Nederland?
Mijn antwoord is dat het gezinsbeleid in Nederland anders is en meer
gezinsvriendelijk. Voor velen daar is het halftime werken een verworven
recht. Er zijn minder crèches, en vanaf de peuterleeftijd heeft men
gezamenlijke peuterspeelplaatsen. Dus de moeder is meer thuis.
“De relatief hogere cijfers van kinderen die gebruik maken van
kinderopvang in Vlaanderen is hoofdzakelijk te wijten aan een hogere
tewerkstellingsgraad van de vrouwen in Vlaanderen in vergelijking met
Nederland. Van de niet-schoolgaande kinderen in Vlaanderen, heeft 63%
een moeder met betaald werk, waarvan 65,6% voltijds en 34,4 %
deeltijds.(Kind en Gezin, 1997b;13). Van de vrouwen met kinderen van nul
tot drie jaar had in Nederland in 1994 5% een fulltime baan en 40% een
parttime baan, dus samen 45% uit huis werkenden (Janssen-Vos, 1996;10)”.
(In België werkte dus 39% fulltime versus Nederland 5% fulltimers. In
België werkte 21% halftime versus 40% halftimers in Nederland. De
cijfers liggen nu in dezelfde lijn.)
Minister Rouvoet zegt het volgende in het Katholiek Nieuwsblad van 5
maart: “Ziet Rouvoet geen spanning tussen gezinsvriendelijk beleid en de
druk van de overheid om vrouwen meer te laten participeren op de
arbeidsmarkt? De minister voor Jeugd en Gezin verwijst naar Denemarken.
“Dat toont aan dat arbeid en zorg goed samen kunnen gaan. Een hoge
arbeidsparticipatie gaat er gepaard met een hoog geboortecijfer. De
vraag is veel meer: wat is een gezinsvriendelijk beleid, zodat mensen
ontspannen werk en zorg kunnen combineren? Het is op voorhand niet
negatief als beide ouders werken. Maar wel als zij genoodzaakt zijn
beiden fulltime te werken.”
FCD pleit voor een gezinsbeleid waar de vrouwen werk en gezin goed op
elkaar kunnen afstellen en nog voldoende kwaliteitstijd over hebben voor
de kinderen. Het niet financieel afstraffen van het halftime werk zou al
een hele stap vooruit zijn!!! Uitbreiding van ouderschapsverlof, zoals
voorgesteld door de Gezinsbond en het geven van een opvoedbonus, zoals
voorgesteld door Europees Parlement zijn kindvriendelijk en welkom.
Als men investeert in jonge gezinnen zal men op lange termijn veel geld
besparen aan hulpverlening en preventie. Gelukkige gezinnen gestut door
goede huwelijken, sterke relaties waar trouw en engagement centraal
staan zijn een veilige basis waar gezonde kinderen kunnen opgroeien.
Het is te betreuren dat vorig jaar de wettelijke
echtscheidingsprocedures volledig zijn gewijzigd en de schuldvraag niet
meer aan bod komt. Ik denk dat bij een huwelijk, waar men elkaar trouw
belooft dit wel zou mogen aan bod komen. Maar al te gemakkelijk is het
nu om uit elkaar te gaan met een minnelijke schikking. Dit bevordert
niet het engagement naar elkaar toe.
Mag ik dit voorstellen aan u, beste voorzitter Bart Somers, als antwoord
op uw vraag. Neem de werkdruk weg bij de jonge gezinnen en ondersteunt
de huwelijken, relaties en we zullen meer tevreden kinderen krijgen.
Agnes Jonckheere
|
|