terugkeren>>

woensdag 28 januari 2009

Twee is ideaal

WAAROM EEN GEZINSBELEID VOORAL NODIG IS VOOR VROUWEN

       

foto 1/2

© ivan put

Bekijk de pagina uit de krant

> In de praktijk halen we dat niet. > Voltijds werk remt vrouwen af, mannen niet. > Ook hoger opgeleiden willen er maar twee.

Sinds een jaar of drie neemt het geboortecijfer in Vlaanderen toe. In 2002 kregen we gemiddeld nog 1,55 kinderen. Drie jaar later was dat gemiddelde gestegen naar 1,69 en nog eens een jaar later, in 2006, bedroeg het gemiddelde kindertal per vrouw in Vlaanderen 1,76. Daarmee zitten we nog altijd onder het vervangingsniveau van 2,07, maar we zitten niet meer in de middenmoot op Europees vlak. We zijn er nu stilletjes bovenuit gestegen.

Een nieuwe studie van de Vlaamse regering, met als titel 'Kinderwens in Vlaanderen', voorspelt dat deze stijging niet per se zal blijven duren. Ze is te wijten aan twee trends die nu toevallig samenvallen.

Aan de ene kant is er het toenemend aantal vrouwen dat op jongere leeftijd een eerste kind krijgt. En tegelijk zijn oudere vrouwen, van in de dertig, nog aan een inhaalbeweging bezig. Omdat beide trends elkaar opheffen, blijft de gemiddelde leeftijd voor het krijgen van een eerste kind schommelen rond de 27,2 jaar.

Het is niet zeker dat toekomstige generaties hun kinderen op jongere leeftijd zullen blijven krijgen, of dat ze meer kinderen krijgen dan de huidige generatie. En er komt misschien ook een eind aan de inhaalbeweging van de dertigers. Dat is allemaal koffiedik kijken.

Opvallend is dat hoger opgeleiden nu maar evenveel kinderen meer wensen als lager opgeleiden. In het begin van de jaren negentig was ook dat nog anders. Hoger opgeleiden zagen een gezin met drie kinderen toen als het ideaal. Ook elders in Europa willen hoger opgeleiden nog steeds meer kinderen.

In Vlaanderen schuift deze categorie nu net als andere bevolkingsgroepen het ideaal van twee kinderen naar voren. Als er al een groep is die liever meer kinderen zou hebben, dan zijn het de vrouwen met een middelbare opleiding, maar het verschil met de andere twee is niet erg groot. Twee is in Vlaanderen nu de algemene norm.

Er gaapt dus een kloof tussen het aantal kinderen dat we wensen, en het aantal kinderen dat we krijgen. De onderzoekers vonden daar meerdere verklaringen voor. 'De belangrijkste is de werkdruk. Vooral voltijds werkende vrouwen, bedienden en kaderleden, geven aan dat hun werk hen verhindert om hun kinderwens te realiseren', zegt de onderzoekster Christine Van Peer.

Dat is niet van toepassing op mannen: hun baan vormt geen obstakel voor het vaderschap. Van Peer ziet hierin een goede reden voor een gezinsbeleid en een gelijkekansenbeleid: 'Ik zie het als emancipatorisch wanneer we mensen helpen om hun wensen te vervullen.'

'Des te meer omdat er zo'n groot verschil is tussen mannen en vrouwen op dit vlak. Vrouwen die voltijds werken hebben misschien ooit wel van een groot gezin gedroomd, maar door het hectische leven dat ze leiden, hebben ze hun ambities bijgeschaafd. Als mannen al gehinderd worden om hun kinderwens te realiseren, dan is dat enkel door het feit dat hun vrouw ook voltijds werkt: alweer een vrouwelijke factor van arbeid dus.'

Zo'n beleid is ook goed in de strijd tegen de vergrijzing, zegt Van Peer. 'En in het licht van de overbevolking is Vlaanderen maar een speldenprik.' Een kwart van de Vlamingen in de studie zegt trouwens dat een intenser gezinsbeleid hen over de streep zou halen om sneller een volgende kind te krijgen, of meer kinderen te krijgen.

Op Europese schaal doen er zich grote verschillen inzake kinderwens voor. In Oostenrijk nemen meer mensen nu het eenkindgezin als norm, en aan de andere kant zijn er de Scandinavische landen, die drie kinderen als het ideaal zien. Ook blijkt dat de landen uit het noorden, met een grotere arbeidsparticipatie van vrouwen, er beter in slagen om hun kinderwens te benaderen dan de zuiderse landen, waar nog meer genderongelijkheid heerst.

'Dat komt doordat die gelijke arbeidsparticipatie in Scandinavische landen ook erg goed ondersteund wordt met gezinsmaatregelen', weet Van Peer. 'Het een kan niet zonder het ander. Een gezinsbeleid werpt vruchten af. Het omgekeerde doet zich bijvoorbeeld voor in Italië, in Oostenrijk en ook in Duitsland, waar het gemiddelde kinderaantal is afgenomen. Daar is niet eens gratis kleuteronderwijs. Kinderen blijven er heel lang thuis, bij hun moeder.'

Er zijn nog andere factoren die vrouwen afremmen om hun kinderwens of hun ideale gezinsgrootte - niet per se hetzelfde - te realiseren. Eén ervan is de leeftijd: wie het eerste kind lang uitstelt, heeft misschien geen tijd meer om er nog een tweede te 'krijgen'. Huwelijken zijn kwetsbaarder dan vroeger, waardoor ouders mogelijk uit elkaar gaan voor het gewenste kinderaantal gerealiseerd is. Of mensen realiseren hun ideale aantal in een nieuw samengesteld gezin.

Een andere rem is het mogelijke meningsverschil tussen partners: als man en vrouw een ander idee hebben over de gezinsgrootte, moet de meest ambitieuze doorgaans inbinden. In de jongste generatie, onder de leeftijd van 30, zeggen nu vooral mannen dat ze een grote kinderwens hebben.

Veerle Beel is redactrice binnenland.

Elke dag beantwoordt De Standaard een actuele vraag.

www.standaard.be/analyse